Wegens een te laag ijzergehalte in het bloed moet ik het momenteel iets rustiger aan doen op de fiets. Geen traditioneel brevet 150 dus op zaterdag, wel een rustig ritje doorheen de Vlaamse Ardennen op zondag. Hiervoor trok ik samen met broer Pieter naar Ronse waar WTC Jong Van Hart het klimbrevet “Oost-Vlaamse Bergen” organiseerde. Door deze rit te rijden kon ik ook het 17de klimbrevet op mijn controleformulier bijschrijven.
Rond kwart voor tien vertrokken we in Ronse voor een pittige tocht van 70km die – ondanks de korte afstand –toch voorzien was van enkele stevige kuitenbijters. Na enkele kilometers kregen we de Côte de Trieu reeds voor de wielen geschoven. Op zaterdag toonde Fabian Cancellara hier dat hij wel degelijk de topfavoriet is voor de Ronde Van Vlaanderen. Wij deden het – vooral uit noodzaak – iets rustiger aan. Blijkbaar werd op zondag ook de E3-prijs voor wielertoeristen gereden, vaak kruisten we het parcours waar hele pelotons over raasden.
De afdaling van de Trieu leidde ons snel richting Koppenberg die we letterlijk links lieten liggen. Via de Rotelenberg en de Elststraat overwonnen we wel hetzelfde hoogteverschil en kwamen zo ook boven aan de steenweg uit. ’S Avonds zagen we in het één-programma “De Ronde” dat dit de omleiding is die volgwagens en motoren moeten volgen tijdens de Ronde Van Vlaanderen om de Koppenberg te vermijden.
Na een 35km arriveerden we bij de controle in een klein volkscafé in Ename. De vriendelijke stempelaar had ons hier duidelijk niet meer verwacht, een “echte” wielertoerist start immers op het vroegste startuur en niet om kwart voor tien. Na vlug een cola te hebben gedronken, vertrokken we voor het tweede deel van de rit met nu ook de zon van de partij. Met nu ook de beklimming van de Boskant in de benen trapten we richting Mater, de beruchte kasseistrook dienden we hier gelukkig enkel te kruisen.
Het moet gezegd dat de parcoursbouwer ons een schitterend parcours voorschotelde. Terwijl de deelnemers van de E3-prijs langsheen de gekende wegen en platgereden hellingen werden gestuurd, wist hij ons te verrassen met nieuwe kleine wegjes doorheen de schitterende dorpen die de Vlaamse Ardennen zo kenmerken. Vaak krijg je de indruk dat de tijd hier 50 jaar heeft stilgestaan en het beeld van de beroemde flandriens die ooit over deze wegen zwoegden, is nooit veraf.
Via Sint-Kornelis Horebeke en Schorisse reden we met de wind in de rug over de Foreest richting Ronse. Alvorens de wielerstad binnen te rijden, kregen we nog een prachtig ommetje aan de andere kant van de taalgrens voorgeschoteld. De rust en stilte die we hier terugvonden, is bijna ongekend in het volgebouwde en drukke Vlaanderen. Na een mooie lange klim naar het bos in Saint Sauveur zaten de lastige kilometers erop. Er restte ons enkel nog een snelle afdaling richting Ronse.
Met 72 km op de teller parkeerden we onze fiets terug voor café Au Doux Repos, het stamcafé van WTC Jong Van Hart. Oude foto’s van clubleden in gele wollen wielertruien sieren de muren van het café en een zwart-wit foto van de Franse renner Henry Anglade doet terugdenken aan tijden waarin stalen fietsen en grindwegen de koers nog bepaalden. Bij aankomst werden we door de parcoursbouwer nog getrakteerd op een flink stuk rijsttaart om terug op krachten te komen.
Ondanks het mooie weer vonden maar 137 mensen de weg naar Ronse voor deze prachtige rit. Dit is erg jammer want een organisatie als deze verpersoonlijkt de essentie van het wielertoerisme. Voor slechts 1,5€ wordt je door de organisatoren vriendelijk ontvangen en krijg je een schitterend parcours voorgeschoteld doorheen een landschap dat koers ademt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten